TU Delft transformeert de stad met ‘city solo’s ‘

TU Delft transformeert de stad met ‘city solo’s ‘

Voor een stad is woningnood in zekere zin een teken van succes. Groot of klein, in de steden waar iedereen wil zijn ontstaat vanzelf een tekort aan woonruimte. New York, Londen, Amsterdam – ongeveer de helft van de huishoudens bestaat tegenwoordig uit één persoon, oftewel de city solo.

Volgens de TU Delft heeft Amsterdam voor deze doelgroep in 2040 nog eens 31.400 woningen nodig. De solo’s bestaan volgens hun onderzoek uit 16 procent studenten, 25 procent starters, 39 procent professionals en 20 procent senioren, De studenten en senioren hebben een voorkeur voor huren, de starters en professionals voor koop. Interessante factoid: de studenten geven relatief het meeste uit aan huisvesting, terwijl de starters en professionals het meest geld hebben.

Dit was het thema van de eerste Studio Amsterdam van Bouwkunde aan de TU. Waar in de hoofdstad kun je voor deze doelgroep bouwen, zodat die buurten ook profiteren van de levendigheid die de city solo’s met zich meebrengen? Die vonden de studenten natuurlijk in de naoorlogse wijken die ten behoeve van licht, lucht en de auto veel te ruim zijn opgezet: Sloterdijk (leuk omgedoopt tot Soloterdijk), Buitenveldert, Lelylaan en de Sarphatistraat (waar nu nog midden in de stad een benzinestation staat). Omgevingen met veel lege ruimte maar goed met de binnenstad verbonden.

In het NRC Café presenteerden de studenten hun gedachten en de daaruit voortvloeiende ontwerpen. Ik was een van de gastcritici, samen met Lars Morsman van ontwikkelaar Heijmans, Albert Ravesteijn van woningbouwvereniging Stadgenoot en Ellen Nieuwenboer van het Sloterdijk-team van de gemeente.

Eerst kijken wat een solo eigenlijk nodig heeft. Wassen, eten en slapen, en een goed evenwicht tussen privé en groepsgebeuren. Het zoeken naar dat laatste levert in Buitenveldert een merkwaardig resultaat op: om het Gijsbrecht van Aemstelpark trekt deze groep studenten vier muren op van woningen voor een mengsel van jonge alleenstaanden en senioren. Nog los van de vraag of die groepen elkaar verdragen is het de vraag of het ommuren van een bestaand park meer of juist minder levendigheid brengt. Beter troittoirs eromheen leggen, niet?

Volgende!

Een lege kavel bij station Lelylaan. “Het is er echt vreselijk,” verzekert ons de student die het plan presenteert. “Net een spookstad.” Slechter kan het dus niet worden, maar wordt het met dit plan beter? Het is een groot blok, in feite een frame waarin 5x5x5 containers ingeschoven kunnen worden die de bewoner zelf kan customizen en die dus ook snel kunnen wisselen. De terrassen moeten collectieve ruimte worden, maar collectieve voorzieningen – filmzaal, sportruimte, gezamenlijke woonkamer – zijn er niet.

Volgende!

Sarphatistraat met zijn verdwaalde benzinestation. De vrijkomende ruimte wordt dichtbebouwd met een kloek blok woningen waarbij de vier ‘groepen’ met een onnavolgbare logica over de blokken heen worden verdeeld. Blokken die verwijzen naar de pakhuizen in de omgeving, dat wel, en de dichtheid van inwoners per vierkante meter zal zeker groter worden, maar wat dat voor buurt zal doen…?

Laatste!

‘Soloterdijk’ wordt het beste bedeeld in de studentenplannen. De verbindingen zijn goed maar nemen wel heel veel ruimte in beslag. De oeverloze straten van wel 47 meter breed kunnen tot 20 meter worden versmald door gebouwen toe te voegen, langs de straten maar ook tussen de sporen. Overigens staan er al een hoop gebouwen leeg in Sloterdijk – maar ook dáárvoor zijn de solo’s een oplossing, in het grenzeloze optimisme van Studio Amsterdam.

140627_SLOTERDIJK_final_Pagina_28